GRIEKSE WIJSHEID EN CHRISTELIJKE MYSTIEK
een serie van 8 lezingen door dr. Daniël van Egmond

20/9
/2011, 25/10/2011, 29/11/2011, 10/1/2012, 21/2/2012, 3/4/2012, 15/5/2012 en 5/6/2012


Voor de meeste mensen is het leven vaker een vorm van lijden dan van vreugde. Maar ook als wij het wel met het leven hebben getroffen, gezond zijn, over meer dan genoeg financiële middelen bezitten om onze verlangens te bevredigen en in een veilige omgeving wonen, dan nog lijken we iets te missen. Er blijft een onbestemd gevoel over: is dit nu alles waar het in het leven om gaat? Door nog verdere reizen te maken en/of door steeds nieuwe prikkels op te zoeken, proberen we die onrust het zwijgen op te leggen. Maar ondanks al onze pogingen, blijft er een vorm van leegte, van zinloosheid achter. Dat komt, aldus de meeste religies, omdat we allemaal op een zeer fundamenteel niveau ziek zijn: ons diepste wezen, dat in onze cultuur vaak 'ziel' wordt genoemd, is verkommerd. Zij wordt niet gelukkig door materiële genoegens, zij komt niet tot leven onder invloed van al onze persoonlijke inspanningen.
Integendeel, zij bevindt zich in deze wereld in een toestand van ballingschap, van vervreemding, en verlangt vurig naar haar thuis. In allerlei mythische verhalen wordt ons iets over de oorsprong van de ziel verteld en hoe zij haar oorspronkelijke plaats is kwijt geraakt. En hoewel de details in al die verhalen soms sterk van elkaar verschillen, is de basisstructuur veelal hetzelfde: Er heeft een soort 'val' plaatsgevonden. Zolang wij ons heil in deze wereld zoeken, kan de ziel zich niet van haar werkelijke situatie bewust worden. Echter, als wij binnen een religieuze omgeving zijn opgevoed, hebben we van jongs af aan al vele verhalen gehoord die uitdrukking geven aan het verlangen van de ziel naar genezing.


    In de loop van de geschiedenis verworden de meeste religies tot dogmatische stelsels. Dan wordt ons niet langer geleerd hoe onze ziel tot genezing kan komen. Dit is dan ook een van de redenen dat in de tweede helft van de vorige eeuw vele mensen hun heil begonnen te zoeken in niet-westerse religieuze stromingen. Want waar kunnen we in onze eigen cultuur nog aanwijzingen vinden die ons op weg kunnen helpen?
Die aanwijzingen zijn er echter meer dan genoeg. We zouden kunnen zeggen dat onze cultuur haar eerste wortels vindt in de wijsheid van de Grieken. Vooral de wijsbegeerte van Plato biedt vele aanwijzingen hoe onze ziel tot genezing kan komen. Het werk van Plato werd in de laatste eeuw vooral op een wetenschappelijke wijze geïnterpreteerd die vijandig stond tegen elke vorm van religieuze en mystieke benadering. De oorspronkelijke betekenis van zijn wijsbegeerte is daardoor vrijwel volledig uit het zicht verdwenen. Ditzelfde geldt voor filosofen in de eerste eeuwen van het begin van onze jaartelling die zich voor hun wijsgerige theorie en praktijk op Plato beriepen. Zij worden meestal 'nieuwe platonisten' genoemd, neoplatonici. De beroemdste van hen is ongetwijfeld Plotinus (ca. 204 - 270). Zijn wijsgerig werk bestaat uit denkoefeningen die ons helpen om ons stap voor stap te bevrijden van onze fascinaties voor de wereld van de zintuiglijke ervaring, zodat we wakker kunnen worden voor andere niveaus van de werkelijkheid - niveaus waar de ziel haar oorsprong vindt. Plotinus had stevige kritiek op sommige gnostische stromingen van zijn tijd voor wie de kosmos een schepping was van de duivel. Zij leerden dat de ziel door de duivel gevangen was genomen en dat enkel een streng ascetisch leven haar uit zijn greep kon bevrijden. Ondanks die kritiek bleef Plotinus worstelen met de betekenis van de kosmos. Soms lijkt de stof bij hem toch ook sterk negatieve aspecten te bezitten en benadrukt hij dat wij ons alleen door ons geheel op het hogere noëtische denken te richten, van de invloed van de kosmos kunnen bevrijden. 


    Jamblichus (ca. 240 - 325), leerling van Plotinus, meent dan ook dat Plotinus op dit punt Plato misverstaat. Hij benadrukt dat de ziel juist volledig in de kosmos moet incarneren om zo een structuur te ontwikkelen die haar in staat stelt om uiteindelijk terug te keren naar haar oorsprong. Maar dan keert zij niet zozeer terug naar precies dezelfde toestand als van waaruit zij vertrok. Nee, het leven op aarde heeft haar uiteindelijk in positieve zin verandert, mits zij daar geleerd heeft om 'goddelijk werk' (theürgie) te verrichten. Tijdens haar leven op aarde moet zij leren om ontvankelijk te worden voor de goden door middel van meditatie, gebed, ceremoniën en ritualen, zodat via de mens de goden hun invloed op aarde kunnen uitoefenen. Jamblichus' leer en die van Proclus (ca. 410 - 485) hebben een grote invloed uitgeoefend op het ontstaan van de christelijke mystiek, zoals we die bij pseudo-Dionysius en Augustinus kunnen tegenkomen. Hun leer hielp christenen om de betekenis van het gebed, de eucharistie en van iconen beter te begrijpen. Op die manier heeft deze neoplatonische school een diepgaande invloed op de christelijke mystiek uitgeoefend.


    In deze serie lezingen staan vooral de inzichten van Jamblichus en Proclus centraal, maar we zullen ook aandacht aan Plotinus besteden. Daarnaast zal besproken worden hoe hun ideeën niet alleen vruchtbaar waren voor de ontwikkeling van de christelijke mystiek, maar hoe zij ook ons inzicht kunnen geven hoe wij er aan kunnen bijdragen dat onze ziel genezen wordt.

Data: 20/9/2011, 25/10/2011, 29/11/2011, 10/1/2012, 21/2/2012, 3/4/2012, 15/5/2012 en 5/6/2012
Kosten: € 175,-
Voor partner: € 165,-
Plaats: Geertekerk, Geertekerkhof te Utrecht
Tijd: 20.00 - 22.00uur
Aanmelden: U kunt zich hier opgeven

CMS Website Baker